Sparta NECt zichzelf (en blijft dat doen als het niet uitkijkt)

Zo, we beginnen met een slechte woordspeling in de titel om het ijs te breken. Om gelijk over tot het zakelijke te gaan. Wat in Nijmegen gebeurde kon echt niet (maar gebeurde toch).

Proloog: Wil je uitgebreide verslagen over Sparta’s wedstrijden lezen waar dieper op het spel wordt ingegaan, dan is ITWM de plek, of anders online katerns zoals AD Sportwereld. Spangenaren-Rotterdam.nl is doorgaans een site die met name bericht vanuit supportersbeleving, het randgebeuren in connonatie met de wedstrijden. Luchtig en eenvoudig, meer vanuit het hart. Bemoeien met het technische beleid, daar deed ik in principe niet meer aan. Toch moeten ook vanaf deze plaats wel eens een paar dingen gezegd worden.

.
Al is competitievoetbal belangrijker — helemaal op de langere termijn — vind ik bekervoetbal weer meer z’n charmes hebben. Het is meer “alles of niets”. Ineens gelden er de wetten van de jungle. Een Hoofdklasser kan zomaar op de valreep een Eredivisionist verorberen. Wedstrijden die regelrechte David tegen Goliath-verhalen opleveren. En in bekertoernooien komt dat nog relatief vaak voor ook. Tenminste, die dingen gebeuren steevast met invloed van minstens één van de volgende twee kernfactoren: 1) De favoriet gaat iets teveel uit van eigen kunnen, nonchalance slaat toe. 2) De underdog beseft dat het niet zal winnen op basis van klasse. Pure paardenkracht en 110% inzet compenseert dat zoveel als mogelijk.

Ik vertel hier geen revolutionaire opvattingen, deze kennis is vrij universeel in de voetbalwereld. Dat is waarom Kenneth Perez voorafgaand de live uitzending van Telstar – AZ zei dat Telstar niet hoefde te proberen om AZ kwalitatief af te troeven, want dat ging gewoon niet gebeuren. Dus simpelweg “erop klappen en zien waar het schip strandt”, precies in die woorden zei de Deens-Spaanse analist het. Dan maak je als underdog nog enige kans.

Na afloop was het opmerkelijk dat zowel Michel Breuer als Alex Pastoor — toch wel twee ervaren voetbalmannen die tevens niet geheel onbekend zijn met de club NEC — in de interviews na NEC – Sparta nogal dik de nadruk legden op hoe NEC een een maat groter is dan Sparta, alsof het een verrassing was. Sterker nog, die verschillen werden groter gemaakt dan zij werkelijk hoeven te zijn. Die uitspraken deden een WhatsAppende mede-Spartaan en mijzelf de wenkbrauwen fronsen. Ik dacht hardop: deden we nou alsof we tegen Real Madrid speelden? Een paar tellen later gaf Arnold Bruggink die tevens in de uitzending zat exact dezelfde analogie weer.

Derhalve rijst logischerwijs de vraag: waarom als we de tegenstander als zoveel groter ervaren — in jezusnaam — koos Sparta er dan voor om vanaf moment één — dus letterlijk vanaf de aftrap — in te zakken en NEC maar te laten komen? Wat voor briljante contrazet had daaruit moeten voortvloeien om de oh zo eigenlijk veel sterkere tegenstander in een handomdraai schaakmat te zetten? Als we ons zo hard de underdogpositie in lullen, is het dan niet rendabeler om desnoods kick & rush-voetbal op de mat van De Goffert neer te leggen?

Juist, dat zijn namelijk de wedstrijden bij uitstek om eens ongegeneerd en brutaal het over een heel andere boeg te gooien en je niet krampachtig vast te houden aan min of meer dezelfde formule waarmee je pas nog in Breda opzichtig faalde. In Nijmegen wisten ze precies wat ze van Sparta konden verwachten en werden we geheel op de automatische piloot weggetikt, tot aan de spelhervattingen toe.

Boem, 1-0. Boem, 2-0. Dan ga ik het niet eens over de persoonlijke fouten van individuele spelers hebben die die rappe voorsprong voor NEC mede bewerkstelligden. Shit happens zouden we daarop nog kunnen zeggen (al had dat bij voorbaat niet zover moeten komen). Maar was dát dan niet het moment om de oorspronkelijke intenties los te laten en om de mentaliteit van ‘fold’ naar ‘all in’ te veranderen? Uitgerekend tegen je oude werkgever, Alex. Die NEC-supporters begonnen je in de tweede helft zelfs belachelijk te maken, uit te lachen. Nu kan jij daar weliswaar en ongetwijfeld stoïcijns onder zijn — het zijn van een koele kikker voor de camera’s beschouw ik juist als een kwaliteit van Alex Pastoor — maar onze spelers voelen dat soort dingen wel. En de spelers van de tegenstander eveneens. De 4-0 liet nog lang op zich wachten omdat NEC het per se mooi wilden doen. Gallery play. Er werd simpelweg een loopje met onze club genomen. Zoiets moet nooit zover komen, en al helemaal niet door opzichtig eigen falen.

Het verschil tussen thuis alles winnen en uit verreweg het meeste verspelen is als dag en nacht, net zoals het verschil in reacties onder supporters. Ik heb na een paar goede wedstrijden reacties gelezen als “we worden kampioen dat kan niet anders” en na een paar slechte wedstrijden reacties zoals “het wordt niks meer hou maar op”. In werkelijkheid ligt dat allemaal wat genuanceerder. Wel is duidelijk dat we stilaan door de toenemende wisselvalligheid op een punt zijn gekomen dat na vorige en deze week men extra gewicht zal hangen aan wat er de komende tijd zal gebeuren. Er zijn grofweg gezegd twee scenario’s:

Sparta kan vervallen in een (semi-)negatieve vicieuze cirkel. Dat is deze club niet vreemd. Het zal indien het dit scenario wordt niet zo dramatisch zijn dat Sparta geen rol meer van betekenis heeft. Thuis zullen we het nog wel aardig doen en wellicht dat vooral met op Het Kasteel behaalde punten de Play-offs (net) worden gehaald maar met name de uitwedstrijden kunnen je de das omdoen. Helemaal in die cruciale Play-offs dus. Wéér een net-nietje en de gemiddelde publieke opinie zal zijn dat er wederom een aanvankelijk hoopvol seizoen met uitzichten is vergooid.

Óf, Sparta zet die negatieve energie om in een positieve kracht. Voor het eerst in jaren is er een spelersgroep die de potentie heeft, MITS er op juiste wijze mee om wordt gegaan. Als je ziet uit wat voor diep dal de club is gekomen…. er is nog een aardig stukje weg te gaan, daar niet van. Maar in wezen wanneer met elke wedstrijd, uit en thuis, tegen concurrent of hekkensluiter, als een finale wordt omgegaan, gesteund door een betrekkelijk grote aanhang dat nog erg leeft en meeleeft, dan kunnen er nog leuke dingen gebeuren.

Maar we vergeten nog wel eens dat we een doodgewone voetbalclub zijn. Op Het Kasteel heerst een hoop interessantdoenerij. Sparta is qua spel dusdanig bezig met puntjes op de i zetten dat soms gewoon naar de i zelf amper gekeken wordt. Vele ingewikkelde patronen, combinaties en opdrachten waaraan de spelers zich steevast lijken te moeten houden — ongeacht wedstrijdverloop — terwijl met name wanneer je achter staat en af en toe een schot van afstand — niet geschoten is altijd mis — echt geen vloeken in de kerk is. Ik hoopte dat na de Ortec-soap het idee dat voetbal meer een statische dan een dynamische sport is wel tot het verleden zou behoren. Maar nee, we gaan met het spel nog steeds om alsof het een raketwetenschap is, terwijl je tegen bepaalde tegenstanders echt veel beter af bent met mouwen opstropen en oorlog maken op het veld.

Wat Sparta buiten het veld ook een ietwat vies smakende elitaire air geeft is de veronderstelling dat Sparta nog steeds door voetbalminnend Nederland als een sympathieke en geliefde club wordt beschouwd. Ooit was dat zo, toen Sparta nog een zekere underdogpositie in de Eredivisie had en naar verhouding met beperkte middelen soms leuk meedeed en af en toe zelfs een Ajax of Feyenoord versloeg. Sinds Sparta zichzelf in de Jupiler League voor lul begon te zetten in voorbijgaande jaren maar desondanks nog steeds met de neus in de lucht rondloopt en doen alsof we het voetballende wiel hebben uitgevonden wordt de club — geloof het of niet — vaker dan vroeger als hautain en arrogant ervaren. Een recordaantal (quasi-)geheime oefenwedstrijden en het taboe stellen van alles wat ook maar een beetje grof is draagt zeker niet positief bij aan die beeldvorming. Hallo, we zijn een voetbalclub uit Rotterdam, geen hockeyvereniging uit Wassenaar.

Tot slot het aspect drijfveer, en daarna hou ik wel weer m’n muil voor de rest van het seizoen: tegenover heel wat partijen heeft Sparta nog iets recht te zetten. Tegen directe concurrenten, tegen clubs waarvan je in de Play-offs in de laatste wedstrijden van verloor. Tegenover zekere lokale media-outlets die lollig over de club doen. In plaats van om tegenover dergelijke partijen jezelf uit de tent te laten blijven lokken, zet dat om in een extra motivatie om ze wel eens wat te laten zien. Als je wordt uitgelachen blijf je dan stilzitten met een pokerface, of doe je er koste wat het kost alles aan om dat in het vervolg te voorkomen? Weg met die herenclubmentaliteit, het is geen 1955 meer. De instelling van straatvechters moet je als club hebben.

Op het hoekvak is dat de instelling van de Spangenaren, in vocale zin. Bij een 0-1 achterstand zetten we juist een tandje extra. Soms helpt het niet, maar soms ook juist wel. En daar klampen we ons aan vast!

About The Author

RG

Related posts